Om half vijf sta ik vanochtend naast mijn bed. Het plan is om voor zonsopgang in Amsterdam te zijn. Het opstaan was de zwakke schakel in dit plan. Nou ok, misschien de NS ook een beetje. Maar het gaat goed. Om tien voor half zeven ben ik in de hoofdstad. Sailstad voor een paar dagen. Ik ga lekker een paar uur fotograferen. Omdat veel mensen dat waarschijnlijk ook gaan doen vandaag en omdat heel veel mensen min of meer in de weg van prachtige foto’s gaan lopen, ben ik zo vroeg. De zon komt daadwerkelijk op en schijnt mooi over het water en tussen de prachtige ‘Tallships’ door.

Meer dan twintig jaar geleden moest ik ook op de meest onmogelijke tijden op. Wachtlopen op een zeilschip. Onder het mom van vakantie werkten we ons een weg van Italië naar Nederland. Tenminste, dat was toen het plan. Maar het weer zat tegen. Vooral de wind. Soms legden we maar een paar mijl per dag af omdat er niet gezeild kon worden en de motor nauwelijks sterk genoeg was om tegen stroom en wind op te komen. Ik zeg wel dat ik aan het werk was maar ik lag ook veel op mijn kooi. Zeeziek. We waren anderhalf uur aan het varen toen ik voor het eerst over de reling hing. Er stond een mooie, glooiende deining. De zee zag er geweldig uit. Ik niet waarschijnlijk. ‘s Nacht waaide de wind met 10 Beaufort. Met mijn voeten en mijn hoofd probeerde ik zo goed mogelijk te blijven liggen tussen de schotten aan voeten- en hoofdeinde.

Als ik aan wal stapte was de misselijkheid over. En op Menorca leek het zelfs echt vakantie. Maar we moesten door. In het voorjaar ging het schip naar Italië en in het najaar weer terug. Tussendoor werden er chartertochten gevaren over de Middelandse zee. Nu was het najaar en vier weken bleek best krap te zijn om in Nederland te komen. We deden ons best maar we schoten niet erg op. Als ik niet ziek was was het best leuk om te varen. We voeren één keer met volle zeilen en dat was geweldig. Om de beurt stonden we aan het roer. Het was lastig om goed koers te houden. De opstappers zigzagden naar de volgende bestemming. Het mooiste was eigenlijk om een haven binnen te lopen zoals in Alicante en Lissabon. Tussendoor deden we ook Gibraltar aan. We mochten niet aan de kade aanleggen maar moesten op enige afstand voor anker. In een rubberbootje met motor stuiterden we spectaculair over de golven naar de wal.

Het binnenlopen van Lissabon was het laatste wat ik op de boot deed. Ik besloot terug naar huis te vliegen. Ik was te veel ziek naar mijn zin. Het leuke was er wel af. Wel jammer hoor want ik vind het eigenlijk prachtig om te zeilen en hou van de zee maar de hele tijd misselijk zijn is echt niet grappig.

Dus loop ik nu maar langs de zeilschepen en denk ik aan de avonturen die ze samen met de bemanning meemaken.

Zonder mij.

Klik op een foto om hem groter te zien.