Ik ga mijn project ‘Portretten van Rouw’ de komende maanden  afronden. Dat betekent dat ik de mensen met uitgestelde afspraken ga proberen te ontmoeten (hangt nog steeds van de Corona omstandigheden af). En het betekent ook dat ik voor het project geen nieuwe mensen meer aanneem.

Maar ik ga wel door met het maken van de foto’s en gedichten over rouw omdat ik gemerkt heb dat er een behoefte aan is. Alleen zal het nu in een betaalde vorm zijn. Verder blijft het hetzelfde.

Het gaat als volgt:
Na aanmelding hebben we contact via Mail/Whatsapp/Messenger en maken we een afspraak voor een ontmoeting en hoor ik misschien al wat van de achtergrond en eventuele ideeën voor een locatie of foto’s.

We ontmoeten elkaar en praten over jouw rouw. Na het gesprek maak ik een aantal foto’s. Thuis selecteer ik de, in mijn ogen, beste foto bij het verhaal en schrijf ik daar een gedicht bij. Daarna stuur ik het naar jou en hoor ik graag wat je ervan vindt. Daarna krijg je foto en gedicht digitaal toegestuurd.

In principe zou ik het mooi vinden als ik de foto’s en gedichten op mijn website kan zetten, maar rouw is persoonlijk en gevoelig en daarom laat ik die beslissing aan jou.

Hiernaast (of hieronder op mobiel) vind je twee verhalen die ik geschreven heb over twee ontmoetingen gedurende mijn project. Twee heel verschillende ontmoetingen, met beide dames mooie gesprekken. Ik heb deze ontmoetingen beschreven om een indruk te geven van hoe dat gaat. Soms zijn mensen een beetje nerveus en misschien neemt het lezen van zo’n verhaal daar iets van weg. Maar het is ook niet erg om nerveus te zijn. Ik snap het heel goed als je dat bent.

Om wat meer over mij en mijn rouw te weten te komen kun je hier een kijkje nemen, als je wilt.

Ronald

De kosten voor deelname zijn €275,- 

In Noord-Holland boven het Noordzeekanaal is er geen reiskostenvergoeding, daarbuiten vraag ik €0,30/km (binnen Nederland).

Opgeven kan via een mailtje.

Ontmoeting met Suzan

Achttien oktober 2019. Om een uur of half negen stap ik in de auto. Ik moet op tijd in Den Helder zijn om de boot naar Texel te halen. Ik heb afgesproken om om tien uur aan de andere kant Suzan te ontmoeten. Een minuut of twintig varen later sta ik op Texel.

Het waait behoorlijk en donkere wolken hangen om het eiland. Suzan pikt me op en we rijden naar Den Burg om in een plaatselijk café koffie te drinken. Dit is de eerste keer dat ik haar ontmoet. We hebben via de mail al wel gesproken, maar we kennen elkaar verder niet.

Ik heb met haar afgesproken omdat ze meedoet aan mijn project ‘Portretten van rouw’. Ik ben hier om te luisteren naar haar verhaal, over de rouw die zij ervaart. Daarna ga ik foto’s van haar maken en later, thuis, als ik dé foto geselecteerd heb, schrijf ik er een gedichtje bij.

Zij is een aantal jaar geleden haar man verloren. Hij is plotseling overleden. We praten erover en als ze ernaar vraagt vertel ik ook wat over Marieke, mijn vriendin, die overleden is. Alle verhalen die ik hoor zijn anders, maar ergens zijn ze ook hetzelfde. Dat is een prettige geruststelling. Andere mensen maken mee wat wij meemaken.

De verhalen gaan overigens niet altijd over de dood. Maar meestal wel over verlies. Verlies van een baan, verlies van je leven voordat het op z’n kop kwam te staan, verlies van jezelf.

Als de koffie op is gaan we op pad. We hebben twee locaties op het oog. In de Texelse duinen staat een bunker waar ik eerst heen wil. Ik had daar al eens iemand gefotografeerd en het leek nu ook toepasselijk. Suzan had geschreven over hard van buiten (tattoos, zwart haar) en kwetsbaar van binnen. Ik zag voor me dat ze in een uitsparing tussen het beton zou kunnen liggen.

Dat lukte. Maar iets voor je zien en die foto ook kunnen maken, betekent nog niet dat die foto dan de beste is. We maakten nog een aantal foto’s in en rond de bunker. Het is goed om wat opties te hebben.

Na de bunker reden we naar zee. We bleven een tijdje praten in de auto, terwijl een zware bui over ons heen trok. Suzan vertelde over andere rouw, naast de rouw om haar man, al hing het daar ook mee samen. Terwijl ze dit vertelde maakte ik een paar foto’s van haar. Wat ze vertelde sprak via haar gezicht.

Uiteindelijk werd het droog. Voordeel van het onstuimige weer was dat het strand leeg was. We liepen de plaatselijke strandtent in omdat Suzan zich ging verkleden. Een paar dagen geleden opperde ze via de mail een idee: “Bij het uitstrooien van de as ben ik in een jurk de zee ingelopen en heb daar de as over het water gestrooid. Misschien nu weer doen?Goed idee?” “Ja, goed idee”, schreef ik terug.

En daar stonden we. We gingen dit echt doen. Suzan in de jurk die ze toen aan had. Ik in een spijkerbroek met zo hoog mogelijk opgerolde pijpen. Helaas rolden de golven nog iets hoger. Ik kon natuurlijk lafjes vanaf de kant fotograferen, maar wie wil er lafjes overkomen? Dus ik stond samen met Suzan in zee. En het ging goed. Suzan contrasteerde mooi met de grauwe lucht. Ik maakte een hele serie foto’s. Tien minuten later waren we weer in de strandtent.

Het zat erop. Suzan zette mij weer bij de boot af. Op de boot was het gelukkig rustig en kon ik uit het zicht in mijn natte broek zitten. Toch een beetje gênant. Gelukkig had ik in de auto een droge broek liggen.

Al met al een mooie ontmoeting van een paar uur. Ondanks de zwaarte van het onderwerp doe ik dit heel graag. De mensen die ik ontmoet zijn soms een beetje zenuwachtig. Op de foto gaan is vaak toch lastig. Maar het komt toch altijd wel goed (volgens mij). We weten waar we het over gaan hebben, wat prettig is. We hoeven niet eerst over koetjes en kalfjes te praten. De ongemakkelijkheid die er bij de ontmoeting met iemand die je niet kent, kan zijn, verdwijnt meestal snel.

Als ik thuis kom zet ik meestal meteen de foto’s op de computer. Ik ben zelf ook altijd erg benieuwd hoe ze geworden zijn. Nu had ik er behoorlijk veel, maar soms heb ik er niet meer dan twintig. Het hangt er wel eens vanaf. Nu had ik er veel in zee gemaakt omdat ik niet wilde dat we voor niets in dat koude water hadden gestaan. Er moest toch minstens één goede foto uitkomen.

Ik selecteer tot ik er een paar over heb. Die zet ik op een besloten pagina en laat ik aan twee dames zien dat altijd met mij meekijken en -denken. Ieder geeft zijn/haar mening en uiteindelijk kies ik.

Daarna ga ik aan de slag met het gedicht. Ik schrijf het in de ‘ik-vorm’ omdat ik eigenlijk vanzelf het eerste gedicht op die manier schreef. Ik vind het persoonlijker, alsof degene op de foto het zelf geschreven heeft. Dat levert wel eens verwarring op, maar dat is niet erg.

Het gedicht kan op de terugreis al een beetje in mijn hoofd komen, maar meestal loop ik er wel een paar dagen op te broeden. Losse flarden van het gesprek gaan door mijn hoofd tot ik een aanknopingspunt vind. En het gedicht moet natuurlijk ook iets over de foto zeggen. Dan laat ik foto en gedicht aan de deelnemer zien en soms is er wat verschil van mening over foto of een dichtregel. Maar we komen er altijd uit. Ik probeer de ander mijn standpunt te laten zien en licht mijn keuze voor foto en het hoe en waarom van het gedicht toe. Maar als de deelnemer betere argumenten heeft dan ik dan verander ik af en toe alsnog iets.

En als de goedkeuring er is dan plaats ik foto en gedicht op mijn website en zet ik een link op Facebook (dit ging zo bij het project, maar een betalende deelnemer mag natuurlijk zelf weten of het gepubliceerd wordt). En de deelnemer krijgt foto en gedicht digitaal toegestuurd.

Ontmoeting met Karin

Vandaag kan ik op de fiets naar de volgende ontmoeting, een kilometer of vijf van mijn huis. Februari 2020. Het is goed weer om te fietsen, zonnig zelfs.

Karin doet open. We gaan in de kamer zitten. Ik zie foto’s van haar man. Hij is nog geen jaar voor onze ontmoeting overleden. We praten over hem en over haar. Wat voor man hij was. Wat het met haar doet, dat hij er niet meer is. 

Het is wonderlijk hoe snel een gesprek, met iemand die je net kent, de diepte in kan gaan. Terwijl het daarnaast af en toe ook luchtig kan zijn. Of even ergens anders over kan gaan.

Soms weet ik van te voren al wat voor foto ik van iemand wil maken. We kunnen het er bijvoorbeeld via de mail al over gehad hebben. Ik vraag altijd of iemand zelf een idee heeft. Het maakt het voor mij makkelijker om een uitgangspunt te hebben. Maar vaak ook komt het idee pas tijdens het gesprek of, zoals hier, nog later.

Er is niets mis met een mooi portret in dit project. Maar iets extra’s is prettig. Iets wat echt bij het verhaal past. Ik vond dat hier niet direct.

Ik maakte een paar foto’s in de kamer en in de tuin. 

Maar toen we daarna weer naar binnen liepen zag ik een spijkerjack aan de kapstok hangen. Dit jack was al ter sprake gekomen in het gesprek. Het was van haar man en hij droeg het altijd. Ik wist meteen wat ik wilde, maar durfde ik het ook te vragen?

Ik heb zeker in het verleden wel kansen voorbij laten gaan. En dan bedoel ik dat ik een idee had maar ik het lastig vond dat aan degene voor de camera voor te leggen. En dan had ik later thuis toch een beetje spijt. Het was toch mooi geweest als… 

Dus nu vroeg ik het toch maar: “Zou je op de foto willen met zijn jack aan?” Karin dacht er even over en stemde toe. Het was de eerste keer dat ze het jack aandeed na zijn overlijden. Ze ging op de bank zitten en dan gebeurd er toch iets bijzonders. Ze is dichter bij hem. Ze heeft het jack aan waar hij bijna in woonde. Ze heeft een liefdevolle blik en het gebaar waarmee ze de jas vasthoudt is mooi. Het is ook duidelijk niet haar jack, want het is veel te groot. De foto zegt meteen veel, vind ik.

Op het fietstochtje naar huis komen er al aanknopingspunten in mijn hoofd. Over een lege jas en een lege woning. Een goed uitgangspunt om een gedicht van te maken.

Een mooie ontmoeting.

Het hele project vindt je hier.