Afgelopen zondag was ik naar het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Er was (en is nog steeds) een expositie van het werk van natuur- en dierenfotograaf Frans Lanting. Behalve dat ik af en toe wat foto’s maak van de bloemetjes en bijtjes in de tuin, doe ik niet meer zoveel aan natuurfotografie. Ik begon daar wel mee, want de natuur is makkelijk, die is er gewoon. Niet dat hij altijd stil blijft zitten, maar toch. En zeker een tuin is een handige plek om fotografie te oefenen. Mijn interesse ligt nu meer bij mensen, maar Frans Lanting maakt prachtige foto’s, dus ik wilde toch even een kijkje nemen in het museum.

Lekker met de trein naar Rotterdam, onderweg tijd om een blog te schrijven en muziek te luisteren.

Voor Hotel New York was een soort Rollerdisco aan de gang en taxibootjes stoven over de Nieuwe Maas. Een mooie dag om buiten te zijn. Dus op naar het museum.

Behalve de expositie van Lanting waren er nog drie andere exposities. De eerste ging over de pioniers van de Nederlandse natuurfotografie. Deze was niet zo aan mij besteed. Maar boven in het museum waren 15 foto’s te zien van Ed van der Elsken, uitgekozen door fotograaf Eddy Posthuma de Boer, die bevriend was met van der Elsken.

Daarnaast een tentoonstelling over ‘Honderd jaar foto als bewijs’. Op de site van het museum kun je er meer over lezen maar het was interessant. Onder andere over hoe vroeger een crime-scene werd gefotografeerd, tot aan de reconstructie van een drone-aanval aan de hand van stiekem gemaakte amateurbeelden van de gevolgen.

De natuurfoto’s bewaarde ik voor het laatst. Prettig om na de foto’s en films van crime-scenes de mooiere plekken op de aarde te bekijken. Geen foto’s die je zomaar even in het voorbijgaan maakt. De heer Lanting heeft vast een hoop geduld. Een mooie en ruim bemeten expositie

En in het kader van: ‘Als je niet filmt kun je er ook niet beter in worden’, een kort ‘onderweg’ filmpje.