Een dagje Amsterdam. Doel is het Stedelijk Museum. Plan was om met drie mannen op stap te gaan. Man één was zelf kunst aan het produceren voor, en anderweegs betrokken, bij De Schoorlse Kunsten. Man twee vertrekt zeer binnenkort voor een vakantie naar Amerika en had het daardoor te druk om mee te gaan. Dus man drie, ikzelf, bleef over. Even over tienen zit ik aan de koffie in het restaurant bij het Stedelijk. De zon schijnt, het lijkt op vakantie. Maar het is natuurlijk werk hè, kunst kijken. De kunst afkijken, inspiratie zoeken.

Ik wil de expositie van Marcel Wanders zien en die van fotograaf Jeff Wall. Het is heel rustig in het museum. Maandagochtend is een goed moment, zo blijkt. Eerst naar de kelder. Marcel Wanders is ontwerper. Hij maakt producten en interieurs. Er is een discussie gaande of de ontwerpen die hij maakt ook in een museum thuishoren. Tegenstanders vinden niet zo veel diepte in zijn werk zitten en zien wat hij maakt meer als uiterlijk vertoon voor de rijken. Anderen vinden hem belangrijk voor de Nederlandse designwereld en vinden zijn werk juist van veel betekenis. Met die informatie in mijn achterhoofd kom ik naar de expositie.

Ik heb op de middelbare school examen gedaan in kunstgeschiedenis maar ik durf niet te zeggen dat ik veel weet over kunst. Ik luister altijd maar gewoon naar mijn gevoel. En of het nou kunst is of alleen maar zo genoemd wordt maakt mij niet zo veel uit. Ik ben op zoek naar schoonheid. En schoonheid kan, net als bij mensen, aan de binnenkant en/of aan de buitenkant zitten. En daarmee bedoel ik dat iets je direct kan treffen door de duidelijk aanwezige schoonheid aan de buitenkant. Maar kunst kan je ook raken door compositie of door de gedachte en het verhaal erachter of door mooi licht en een karaktervolle uitdrukking van een geportretteerde. Ik heb een paar weken geleden een aantal foto’s gezien die geen uiterlijke schoonheid lieten zien maar die toch zo mooi van compositie en/of belichting waren dat ik er langere tijd naar bleef kijken, wat vaak een goed teken is.

Goed, de expositie van Marcel Wanders. Ik was positief verrast. Ik heb er met plezier rondgelopen. Sommige dingen vond ik echt mooi, andere dingen vond ik mooi door de gedurfdheid. Van een schemerlamp een paar meter hoog exemplaar maken, een kroonluchter als douchekop gebruiken, figuurtjes kleien in 1 minuut en die vervolgens in goudverf dompelen en onder een glazen stolp zetten. Makkelijk zat en nog mooi ook: ‘One minute sculptures’. Ik vond het allemaal genoeg reden om naar Amsterdam te komen.

Van de foto’s van Jeff Wall daarentegen was ik niet zo onder de indruk. Al is het feit dat de documentair lijkende foto’s allemaal geënsceneerd zijn toch wel indrukwekkend. Maar de meeste foto’s konden mij niet zo boeien. En omdat Jeff Wall één van de grootste fotografen van deze tijd wordt genoemd ben ik altijd zo bang dat ik dingen over het hoofd zie. Waarom is hij dat dan? Ik ben er nog niet achter. Het werk van bijvoorbeeld Gregory Crewdson komt veel sterker bij mij binnen. Ook tot in de details geënsceneerd maar in een heel andere stijl.

Maar goed, zo hoort kunst natuurlijk ook te zijn. Je moet iets voorgeschoteld krijgen dat blijft hangen, iets waar je over na kunt denken. En dat is wel gelukt vandaag. Ik denk er zoveel over na dat ik hier maar wat hersenspinsels opgeschreven heb.

Na het museumbezoek ben ik heerlijk rustig terug gewandeld naar het station. Lekker mensen kijken en fotograferen (zie hieronder, klik op een foto om hem groter te kunnen zien).